Het tweede semester is net begonnen en met de nieuwe lessenreeksen komen meteen ook de eerste presentatieopdrachten. Sta je voor de klas met een beamer, dan wil je vlot een detail op het scherm kunnen aanwijzen zonder telkens naar het toetsenbord te lopen. Veel mensen grijpen dan naar een rode laserpen die eigenlijk bedoeld is om 's avonds naar een ster te wijzen, en op een wit projectiescherm werkt die stip minder goed dan verwacht.
Het korte antwoord: voor een scherm of projectie kies je een ander model dan voor onder de sterrenhemel. Groen valt beter op dan rood, en met een presenter bedien je meteen ook je slides zonder achter je laptop te blijven staan. Hieronder lees je welke kleur en welk model bij een klaslokaal, een aula of een lokaal van de jeugdbeweging past.
In het kort
Een laserpointer die je meeneemt naar een veld om sterren aan te wijzen, moet vooral in de lucht opvallen. De bundel wordt daar zichtbaar doordat het licht verstrooit in stof en waterdamp, zoals Wikipedia beschrijft over het gebruik van groene laserpointers in de amateurastronomie. Op een projectiescherm in een klaslokaal speelt dat verstrooiingseffect nauwelijks een rol, daar telt vooral hoe scherp en fel de stip zelf overkomt.
Daarom is de vraag voor een leerkracht of spreker anders dan voor een sterrenkijker: niet "zie ik de straal onderweg", maar "zie ik de stip op het scherm, ook vanaf de laatste rij". Laserpointers worden dan ook al langer ingezet als opvallend aanwijsmiddel bij onderwijs en zakelijke presentaties, zo blijkt uit dezelfde bron van Wikipedia over laserpointers. Wie in het weekend met de leiding naar sterren kijkt in de Ardennen en doordeweeks voor de klas staat, heeft dus eigenlijk twee verschillende toepassingen in gedachten, ook al gebruikt hij daarvoor misschien hetzelfde pennetje.
De kleur van de straal bepaalt voor een groot deel hoe goed je publiek de stip ziet. Rode laserpointers, de goedkoopste uitvoering, werken doorgaans rond een golflengte van 650 nanometer, terwijl groene laserpointers meestal een golflengte van 532 nanometer gebruiken, aldus Wikipedia over laserpointers. Dat verschil van ruim 100 nanometer verklaart meteen waarom groen op een scherm feller oogt dan rood bij hetzelfde vermogen.
De reden ligt in de gevoeligheid van het menselijk oog. Bij daglicht, het zogenaamde fotopisch zien, is het oog het gevoeligst voor licht met een golflengte rond 555 nanometer, met dank aan de visiecollege van Cornell University. Groen licht van 532 nanometer ligt daar veel dichter bij dan rood licht van 650 nanometer, dus je publiek ervaart een groene stip als helderder, ook al is het vermogen van de laser gelijk. Voor een goed verlicht klaslokaal of een aula met veel raamlicht is dat verschil in de praktijk goed merkbaar.
Voor een korte oefensessie met een klein groepje volstaat een gewone laserpen, je klikt hem aan wanneer je iets wilt aanwijzen en weer uit als je verder praat. Zodra je vaker voor een groep staat, wil je meestal ook door je slides kunnen bladeren zonder terug te lopen naar je laptop. Daar komt een presenter in beeld: een laserpen met een ingebouwde afstandsbediening voor je presentatiesoftware.
Wie enkel af en toe iets aanwijst tijdens een laserklasse die past bij particulier gebruik, heeft genoeg aan een groene laserpen zonder extra functies. Sta je regelmatig voor een klas of een volle vergaderzaal, dan weegt het gemak van een klikker vaak zwaarder dan de losse laserpen zelf.
Een presenter neemt in de praktijk twee losse gewoontes samen: de stip die je publiek volgt, en de knop waarmee je door de slides bladert. Zo blijf je tijdens een les naast het scherm staan in plaats van steeds terug te lopen naar het toetsenbord, en houd je je handen vrij om intussen ook iets aan te wijzen op een blad of een bord. Voor wie meerdere keren per week voor een groep staat, telt dat in de praktijk zwaarder dan het prijsverschil met een gewone laserpen.
Groene laserpen van Emax (klasse 2, 532 nanometer), de kleur die volgens de golflengtevergelijking hierboven feller oogt op een scherm dan rood. Zoek je ook een klikker voor je slides, dan is een presenter met klikker daarnaast een handig model.
€ 19,99
De techniek achter een goede presentatie met laserpointer is eenvoudig: je houdt de stip rustig, je richt kort en gericht, en je laat de laser weer los zodra je klaar bent met dat punt. Wie de stip constant laat trillen, leidt de aandacht juist af van wat er op het scherm staat.
Bij een planningsavond met de leiding of een infomoment voor ouders werkt dezelfde aanpak. Je wijst een agendapunt aan op het scherm, klikt door naar de volgende slide, en houdt zo je handen vrij om intussen iets uit te delen of aan te tekenen. Voor een spel of speurtocht op kamp is een losse laserpen op kamp vaak weer een andere invulling dan een presenter voor achter de vergadertafel.
Ook binnen een jeugdbeweging lopen leiding en leden vaak samen door een programma op scherm, van een kampprogramma tot een korte uitleg voor een activiteit. Een presenter werkt daar net zo goed als in een klas: de leiding blijft vooraan staan, wijst het onderdeel van de avond aan, en klikt door naar het volgende punt zonder de laptop steeds opnieuw te moeten aanraken. Voor een plezant weekendprogramma is dat net zo praktisch als voor een lessenreeks op school.

Laserpointers bestaan al langer dan de meeste mensen denken, maar rood, groen en blauw kenden elk hun eigen tempo. De eerste rode laserpointers, begin jaren 1980 geïntroduceerd, waren nog grote en dure apparaten, zo valt te lezen bij Wikipedia over laserpointers. Groen volgde pas veel later: hoogvermogen, diodegepompte groene lasers verschenen voor het eerst in 1996 op de markt, en laagvermogen groene laserpointers voor handgebruik kwamen er rond het jaar 2000, aldus dezelfde bron.
Blauw was nog later aan de beurt. Handheld blauwe laserpointers van 473 nanometer kwamen pas in september 2005 op de markt, meldt Wikipedia. Dat de techniek zelf al veel ouder is, blijkt uit de geschiedenis van de laser: de eerste werkende laser ter wereld werd op 16 mei 1960 gebouwd door Theodore Maiman, met een synthetisch robijnkristal en rood licht van 694 nanometer, zo staat te lezen op Wikipedia over de laser. Van dat eerste labotoestel tot een handzame presenter in je binnenzak zijn dus enkele decennia van ontwikkeling verstreken.
Niet iedereen heeft dezelfde presenter nodig. Wie af en toe thuis of op kantoor iets aanwijst, kiest anders dan wie wekelijks voor een volle aula staat. Onderstaand overzicht zet de belangrijkste verschillen op een rij.
| Situatie | Beste keuze | Waarom |
|---|---|---|
| Korte les, klein lokaal | Gewone laserpen | Je klikt alleen aan om iets kort te tonen, geen extra functies nodig |
| Wekelijkse les met presentatiesoftware | Presenter met klikker | Je bladert door slides zonder terug te lopen naar je laptop |
| Grote aula of vergaderzaal | Groene laserpointer of presenter | Groen valt op een groot scherm beter op dan rood |
| Kamp of speluitleg buiten | Gewone laserpen | Geen slides te bedienen, alleen kort aanwijzen |
Voor wie twijfelt: een presenter dekt in de praktijk de meeste lessituaties, omdat je zowel kunt aanwijzen als doorklikken. Voor speluitleg op kamp of een korte demonstratie thuis blijft een losse pen simpelweg makkelijker in de hand.
Houd bij de keuze ook rekening met hoe groot de ruimte is waarin je meestal spreekt. In een klein bureau of een lokaaltje met tien bankjes valt zelfs een rode stip nog goed op, terwijl je in een aula met honderd plaatsen sneller naar groen grijpt. De afstand tot het scherm bepaalt dus minstens zoveel als de kleur zelf.
In de praktijk zijn dit twee namen voor hetzelfde toestel: een klein handapparaat met een laserdiode dat een stip op afstand projecteert. Laserpen wordt in Vlaanderen vaker gebruikt voor het vormfactor, laserpointer verwijst meer naar de functie van aanwijzen tijdens een les, vergadering of presentatie.
Groen (532 nanometer) valt op een scherm doorgaans sterker op dan rood (650 nanometer), omdat het menselijk oog bij daglicht het gevoeligst is voor golflengtes rond 555 nanometer. Hoe dichter de kleur van je laser bij dat punt ligt, hoe feller de stip overkomt bij gelijk vermogen.
Een losse laserpen gebruik je naast je presentatiesoftware, je wijst gewoon aan wat al op het scherm staat. Een presenter gaat een stap verder: de meegeleverde USB-ontvanger stuurt toetsaanslagen door, zodat je zonder extra installatie van slide kunt wisselen terwijl je blijft aanwijzen.
Een laserpointer kan alleen aanwijzen. Een presenter combineert die laserfunctie met een draadloze afstandsbediening voor je slides, meestal via een USB-ontvanger die je in je laptop steekt. Zo hoef je tijdens een les of vergadering niet telkens terug naar het toetsenbord.
Voor een gemiddeld klaslokaal of vergaderzaal is een bereik van enkele tientallen meter ruim voldoende, de meeste modellen voor dit gebruik halen dat probleemloos. Een groter bereik is vooral van belang buiten, niet binnen een lokaal met een beperkte afstand tot het scherm.
De laserfunctie zelf werkt altijd zonder kabel, dat is bij elk model zo. Wil je ook draadloos door je slides bladeren, dan heb je een presenter met USB-ontvanger nodig, die stuurt de bladeercommando's draadloos naar je laptop of pc door.
Voor een klaslokaal of aula kies je dus best een groene laserpointer, eventueel aangevuld met een presenter zodra je vaker door slides moet klikken, en laat je de sterrenkijklaser thuis voor onder de sterrenhemel. Twijfel je nog tussen een losse laserpen en een model met klikker, bekijk dan eerst hoe vaak je zelf tijdens een les, een jeugdbewegingsavond of een vergadering door slides moet bladeren: hoe vaker je bladert, hoe eerder een klikker de moeite waard is. Wie besteld heeft, leest in het overzicht over levering en verzending wanneer de bestelling in de klas of vergaderzaal ligt.
Tim Buikema is eigenaar van Laserpen.be en levert sinds 2009 laserpennen aan jeugdbewegingen, scholen en gezinnen in België en Nederland.