Wie in november door Koekelberg, Vorst of Elsene loopt, hoort ze al voor het donker wordt: grote groepen groene parkieten die zich in een paar bomen verzamelen. De bladeren zijn weg, de slaapplaats ligt open en bloot, en precies daarom vallen het lawaai en de bevuilde stoep in deze weken extra op.
Het korte antwoord op de vraag wat je eraan kunt doen: de Brusselse halsbandparkieten verdwijnen niet vanzelf, maar ze zijn wel te verplaatsen. De aantallen hangen aan een handvol vaste slaapplaatsen, en wie rond een gebouw of dak iets wil bereiken, werkt met verstoring op vaste tijden in plaats van met één ingreep.
Hieronder staat hoe groot de kolonie is, waar de vogels slapen, waarom ze het in de stad zo goed doen, en welke aanpak beheerders gebruiken rond gevels en daken.
In het kort
Brussel is het zwaartepunt van de Belgische populatie. In 2012 leefden er naar schatting ruim 10.000 tot 12.000 halsbandparkieten in de stad zelf, volgens de gegevens die verzameld staan op de pagina over de halsbandparkiet op Wikipedia.
Dat aantal komt uit een klein begin. In 1974 werden ongeveer 50 halsbandparkieten losgelaten in het Melipark op de Heizel. Die groep is de kiem van alles wat er nu boven de stad vliegt.
De groei liep niet in een rechte lijn. Dezelfde bron telt 250 vogels in België in 1984, 500 in 1988, ongeveer 7.000 in 2005 en een geschatte 28.500 in 2014. In de negen jaar na 2005 kwamen er dus meer vogels bij dan in de ruim dertig jaar daarvoor, en het zwaartepunt bleef al die tijd in en rond Brussel liggen.
Voor wie in een Brusselse gemeente woont of een pand beheert, zegt die lijn vooral iets over verwachtingen. Een kolonie die in veertig jaar van vijftig naar tienduizenden vogels ging, verdwijnt niet door één maatregel rond één gebouw. Verplaatsen is realistisch, opruimen niet.
De stad geeft de vogels precies wat ze nodig hebben en mist wat hen zou afremmen. Daar zit de hele verklaring in.
Vakblad EOS Wetenschap noemt drie factoren voor het stedelijke succes: zachtere winters, het hele jaar door voedsel doordat mensen vogels bijvoederen, en de afwezigheid van de natuurlijke predatoren uit het oorspronkelijke leefgebied. Een parkiet in Brussel leeft dus in een omgeving zonder de tegenkrachten waar de soort op gebouwd is.
Daar komt het nestgedrag bij. Natuurpunt beschrijft de halsbandparkiet als holenbroeder die vooral oude spechtenholtes gebruikt. In een stad met oude parkbomen, dakkapellen en gevelopeningen is dat aanbod groot, en het ligt vlak bij de voedselbronnen.
Brussel is daarin geen uitzondering maar een schoolvoorbeeld. EOS Wetenschap telt halsbandparkieten in minstens 65 Europese steden en ruim 30 landen op vijf continenten, en meldt dat er tussen 1984 en 2007 in totaal 146.539 vogels naar Europa werden ingevoerd.
Wel lijkt de rek er voorlopig uit. Aves Bruxelles, de Brusselse afdeling van Natagora, meldt voor 2023 een stabilisatie van de aantallen, zowel op de luisterpunten als op de slaapplaatsen. Stabiel is alleen niet hetzelfde als minder: de kolonies blijven op dezelfde plekken terugkomen.
Buiten het broedseizoen slapen halsbandparkieten gezamenlijk in groep, en in Brussel gebeurt dat op een handvol vaste plekken. Wie het gekwetter wil aanpakken, moet eerst weten om welke bomen het gaat.
Aves Bruxelles publiceert de slaapplaatstellingen: 7.805 vogels in oktober 2013 en 9.425 in augustus 2015, verdeeld over vijf slaapplaatsen bij de NAVO, Simonis, Elsene, Vorst en Eurocontrol. Vijf locaties dus voor bijna tienduizend vogels.
De eerste Belgische simultaantelling van juli 2015 laat zien hoe scheef dat verdeeld is. Natuurpunt telde toen minstens 8.000 vogels op 17 slaapplaatsen in het hele land, waarvan 6.680 in Brussel. De grootste slaapplaats van het land was een bomengroep aan de De Neckstraat bij het Koekelbergpark, met 4.230 vogels op één plaats.
| Telling | Wanneer | Aantal vogels | Wat er geteld werd |
|---|---|---|---|
| Slaapplaatstelling Brussel | oktober 2013 | 7.805 | vijf slaapplaatsen: NAVO, Simonis, Elsene, Vorst, Eurocontrol |
| Slaapplaatstelling Brussel | augustus 2015 | 9.425 | dezelfde vijf slaapplaatsen |
| Eerste Belgische simultaantelling | juli 2015 | 8.000, waarvan 6.680 in Brussel | 17 slaapplaatsen in heel België |
| Grootste enkele slaapplaats | juli 2015 | 4.230 | bomengroep De Neckstraat, Koekelbergpark |
Dat samenklitten maakt de aanpak overzichtelijker dan de totalen doen vermoeden. Vijf slaapplaatsen voor bijna tienduizend vogels, en één bomengroep die er in zijn eentje 4.230 herbergde: wie weet om welke plek het gaat, weet ook waar het geluid vandaan komt. In november is dat voor het eerst goed te zien, want met kale bomen merk je meteen welke kroon zich 's avonds vult.
November is om nog een reden het moment. Natuurpunt meldt dat halsbandparkieten eind november beginnen met het verkennen van nestholtes, en dat de eerste eieren eind februari volgen. Wat zich nu vastzet rond een gebouw, zit er in het voorjaar nog.
De aanpak die standhoudt draait om herhaling op vaste tijden, niet om een eenmalige ingreep. Vogels die hun slaapplaats kwijtraken zoeken een andere, en komen terug zodra het weer rustig blijft.
Hoeveel zo'n verstoring scheelt, is gemeten. Onderzoekers publiceerden in Scientific Reports een proef met een automatische groene laser van 532 nm. Het aantal bezoeken van wilde vogels daalde met 98,2 procent (95 procent betrouwbaarheidsinterval 95,7 tot 99,3). Bij zangvogels was dat 96,1 procent en bij eend- en gansachtigen 99,7 procent.
Twee getallen uit diezelfde proef bepalen de werkwijze. Gedurende 28 dagen continu gebruik trad geen gewenning op, dus volhouden levert niets in. Maar na het stoppen kwamen zangvogels al na twee dagen terug en eendachtigen na zes dagen. De vogels zijn verplaatst, niet omgeturnd.
Vertaald naar een dak in Vorst of Koekelberg ziet een ronde er zo uit.

In de proef van Scientific Reports werd bewust groen licht van 532 nm gebruikt. Wat de kleur van een straal in de praktijk uitmaakt, staat uitgelegd bij de verschillen tussen de laserkleuren, en de praktische kant van een verjaagronde staat in ons overzicht over vogels verjagen met een laser.
Groene laserpointer van 532 nm voor een verjaagronde over een dak, een binnentuin of een bomengroep bij een gebouw. De stip blijft zichtbaar op grotere afstand, en de pointer wordt geleverd met oplaadbare accu en lader. Deze uitvoering leveren we alleen aan bedrijven en bezorgen we op een bedrijfsadres.
€ 69,99
Rond een woning gaat het zelden om de slaapplaats zelf, maar om de aanvliegroute en het voedsel. Daar heb je meer invloed op dan je denkt.
Begin bij de voederplek. EOS Wetenschap noemt bijvoederen als een van de redenen waarom de soort het hele jaar door in de stad vooruitkomt. Een silo met zonnebloempitten op een balkon in Elsene houdt niet alleen mezen binnen bereik. Hang hem weg, of kies een model dat alleen kleine vogels toelaat, en ruim gemorst zaad op.
Kijk daarna naar de gevel. Omdat de halsbandparkiet een holenbroeder is, zijn openingen bij dakkapellen, spouwen en oude ventilatiedoorvoeren interessant. Die sluit je nu, in de weken voordat de vogels eind november nestholtes gaan verkennen. Na februari zit je met een bezette holte.
Het geluid komt van de groep die vertrekt, niet van losse vogels in je tuin. Een groep laten opschuiven lukt alleen op de slaapplaats zelf, en die ligt meestal op grond van de gemeente of van een bedrijf. Meld de locatie bij de groendienst van je gemeente en verwijs naar de bomengroep, niet naar je eigen straat.
In je eigen tuin helpt vooral het wegnemen van de reden om er te landen. Wie daarnaast een groep parkieten uit een fruitboom wil houden, gebruikt dezelfde techniek als op een dak: een paar avonden achter elkaar de stip over de takken laten lopen. Welke uitvoering daarbij past, staat in onze uitleg over het kiezen van een laserpen.
In 2012 ging het om naar schatting ruim 10.000 tot 12.000 vogels in Brussel zelf. Bij slaapplaatstellingen werden er 7.805 geteld in oktober 2013 en 9.425 in augustus 2015. Aves Bruxelles meldt voor 2023 een stabilisatie van de aantallen, zowel op de luisterpunten als op de slaapplaatsen.
Aves Bruxelles telt vijf vaste slaapplaatsen: bij de NAVO, Simonis, Elsene, Vorst en Eurocontrol. Bij de eerste Belgische simultaantelling in juli 2015 zat de grootste groep van het land in een bomengroep aan de De Neckstraat bij het Koekelbergpark, met 4.230 vogels op die ene plaats.
Neem eerst het voedsel weg: haal de voedersilo binnen en ruim gemorst zaad op. Sluit daarna openingen in de gevel voordat de vogels eind november nestholtes gaan verkennen. Blijven ze in een boom zitten, laat dan een paar avonden achter elkaar rond het invalmoment een groene stip over de takken lopen.
EOS Wetenschap noemt drie redenen: zachtere winters, voedsel dat het hele jaar door beschikbaar is doordat mensen bijvoederen, en het ontbreken van de natuurlijke predatoren uit het oorspronkelijke leefgebied. Daar komt bij dat de soort als holenbroeder veel geschikte holtes vindt in oude parkbomen en in gevels.
Het geluid komt van een slaapplaats die je meestal niet zelf beheert. Zoek uit welke bomengroep het is en meld die plek bij de groendienst van je gemeente, die over het beheer van de bomen gaat. Rond je eigen woning werkt alleen het minder aantrekkelijk maken van de directe omgeving: geen voer, geen open holtes.
De kale bomen van november zijn even lastig als handig: het lawaai valt op, maar je ziet eindelijk precies welke boom of welk dak de slaapplaats is. Begin daarom met kijken, niet met ingrijpen. Noteer twee of drie avonden op welk tijdstip de eerste groepjes binnenkomen en langs welke kant. Pas daarna zet je een reeks avonden op rij op, met het voedsel in de buurt weggehaald. Wil je vooraf weten welke uitvoering bij jouw terrein past, bekijk dan het overzicht van de groene laserpennen en de bezorginformatie, zodat je klaar bent voordat de nestholtes bezet raken.
Tim Buikema is eigenaar van Laserpen.be en levert sinds 2009 laserpennen aan jeugdbewegingen, scholen en gezinnen in België en Nederland.